
Vandaag had ik een eerste afspraak met een vrouw van eind veertig. Een kordate, zelfredzame vrouw die in het dagelijks leven graag uitdagingen aangaat en oplossingen vindt. Juist daarom baalt ze zo van haar rijangst. De combinatie van snelheid en bochten op de snelweg vindt ze enorm spannend. En hoe hard ze ook haar best doet, hier komt ze niet uit.
Ze vertelde me dat ze zichzelf al lange tijd probeert te coachen. Ze had daar zelfs een heel doordachte aanpak in ontwikkeld, eentje waar ik oprecht van onder de indruk was. In de eerste bocht die we samen zouden nemen, gaf ze meteen aan: ‘Hier gaat het om’. Nog voordat ik iets kon zeggen, voegde ze eraan toe ‘Ik moet ver de bocht inkijken.’ En dat klopt ook. Dat is precies wat ik vaak adviseer.
Na de bocht evalueerden we. Ze zei ‘Mijn hoofd begrijpt het helemaal. Ik weet wat ik moet doen.’ Ze is iemand die zelfstandig is en het deed haar zichtbaar pijn dat ze zichzelf op deze manier als ‘’onbetrouwbaar’’ ervaart. Haar woorden, niet de mijne.
Tijdens het rijden lette ik vooral op haar lichaamshouding. Haar hoofd zat stevig in de hoofdsteun gedrukt, haar armen waren gestrekt. Een houding alsof ze zich schrap zette voor een enorme kracht. Alsof ze elk moment weerstand moest bieden. In haar beleving was ze op deze manier actief bezig en had ze controle.
Ik legde haar uit dat haar coachende woorden en kennis inderdaad vanuit haar hoofd komen. Maar haar lichaam, haar onderbewuste systeem, stond volledig op scherp. Eigenlijk had ze haar lijf klaargezet om “klappen” op te vangen. Haar doel was controle, maar haar lichaam was in overlevingsstand.
En daar zit vaak de kern van rijangst.
Spanning neemt niet af door nog harder je best te doen of jezelf toe te spreken met woorden die niet stroken met wat je voelt. Spanning neemt af als het lichaam mag ontspannen. Niet slap in de zin van ongecontroleerd, maar voor haar gevoel juist behoorlijk slap. En dat is een kunst, zeker als je gewend bent alles aan te spannen.
Ik gebruikte de woorden: ‘Je mag wat in je lijf zakken.’ Die zin pakte ze meteen op.
We gingen het toepassen. Voor de eerst volgende bocht zei ze zelf al hardop ‘Oké, zakken.’ En ze voelde het verschil. Nog voorzichtig, nog nieuw, maar duidelijk merkbaar. Ze mocht ervaren wat er gebeurt als het lijf niet meer op scherp staat.
Dit is geen quick fix. Nieuwe gewoontes aanleren kost tijd. Zeker als aanspannen jarenlang de automatische reactie is geweest. Maar ze was zichtbaar verbaasd dat de oplossing niet lag in nóg beter rechtop zitten of nóg meer tegen jezelf praten, maar juist in het toelaten van ontspanning.
Soms hoeft je hoofd niet meer te leren. Soms mag je lichaam iets afleren. Of ontspanning aanleren, het is maar hoe je het bekijkt.