
Vandaag had ik een bijzondere sessie met een man van bijna 60. Iemand die vroeger moeiteloos over snelwegen scheurde. Niet alleen als bestuurder van zijn eigen auto, maar zelfs in voorrangsvoertuigen – mét licht en geluid. Hij kende het verkeer als zijn broekzak. En toch… zit hij nu vast.
Vast in zijn hoofd. Vast op de snelweg. Vast in angst.
Na een periode van gezondheidsklachten kwam er iets sluipends bij: een beklemmend gevoel, letterlijk druk op het hoofd, gekoppeld aan angst. En zoals het vaak gaat met angst: het is zelden de situatie zelf, maar de angst vóór de angst die het lastigst wordt. Hij merkte dat hij steeds meer in zijn hoofd zat. Zijn volle aandacht ging uit naar het gevecht met zichzelf.
Hij zei tegen mij: “Ik let misschien wel te veel op het verkeer.”
Ik keek hem aan en zei: “Nee, je let juist niet op het verkeer. Je let op jezelf.”
Dat kwam binnen. Even viel het stil. Hij had het nog niet zo bekeken. Maar hij voelde het: ik had een punt. En dat punt is waardevol. Het is het begin van beweging. Het moment waarop je bereid bent om je overtuigingen onder de loep te nemen.
Want dat is waar we moeten beginnen: bij de foute overtuigingen.
Zoals de overtuiging dat het veiliger is om maar achter een vrachtwagen te blijven hangen. Maar wat je dan doet, is je eigen angstbeleving bevestigen. Je gaat het ongemak vermijden, in plaats van begrijpen. En daarmee geef je angst de ruimte om te groeien.
Wat helpt wél?
Kijk naar binnen. Naar je overtuigingen. Naar de verhalen die je jezelf vertelt. Want alleen als je die durft te bevragen, ontstaat er ruimte voor verandering.
Deze man is op weg – opnieuw.
Niet alleen naar een bestemming op de kaart, maar zeker ook naar vrijheid in zijn hoofd.