
Als rijangstcoach zie ik regelmatig dat mensen bang worden voor wat de spanning met hun lichaam doet.
Zo begeleidde ik onlangs een man van middelbare leeftijd die bang was dat zijn hoofd de spanning niet zou aankunnen. Tijdens het rijden voelde hij een sterke druk in zijn hoofd. Die sensatie was voor hem zo overtuigend en beangstigend, dat hij ervan uitging dat er iets ernstigs aan de hand moest zijn. Vervolgens had hij zich ook laten onderzoeken door een neuroloog. Er was geen lichamelijke aanwijzing en hij klopte bij mij aan. Het geruststellende onderzoek deed zijn angst niet zomaar verdwijnen. En dat zie ik vaker. Ik vind het ook logisch want de reactie is in je systeem geraakt. De ervaring in zijn lichaam is namelijk echt. De druk voelt echt. De spanning is echt. En juist daardoor kan de gedachte dat er iets mis gaat toch weer geloofwaardig worden.
Een vergelijkbare situatie was er afgelopen week ook weer met een jonge vrouw. Zij voelde haar hart tijdens het autorijden krachtig en snel kloppen. Haar angst vertelde haar vervolgens dat haar hart deze spanning misschien niet aankon. Ook zij had zich medisch laten onderzoeken.
Dit zijn voorbeelden van hoe lichamelijke sensaties door angst een betekenis kunnen krijgen die vervolgens de angst weer versterkt. Bij spanning kunnen allerlei akelige symptomen ontstaan. Voorbeelden zijn: een bonzend hart, druk op het hoofd, een licht gevoel, tintelingen, benauwdheid, trillen of een onrustig gevoel in het lichaam. Wanneer je bang bent voor een lichamelijk probleem, kan je aandacht zich daar bovendien voortdurend op richten. De gedachte dat het mis kan gaan zorgt alleen helaas voor meer reactie vanuit het lichaam.
Je raakt zo in een vicieuze cirkel.
De weg uit deze vicieuze cirkel is juist niet om ieder lichamelijk signaal onder controle te krijgen. Dat werkte namelijk niet en dat zal het ook nooit gaan doen. We gaan stap voor stap weer ervaren dat spanning aanwezig mag zijn zonder dat we er iets mee hoeven te doen.
We breiden rustig de gecreëerde comfortabele zone uit. Meestal wordt de snelweg als eerste vermeden. Simpel om de reden dat je de snelweg ervaart als een weg waar je niet zomaar vanaf kan. Samen gaan we ervaren dat het lichaam het aankan en ook weer tot rust komt. De aandacht verleggen we samen naar een positieve controle. Want controleren hoort bij het verkeer. Dat is wel anders dan een voortdurende zelfcontrole.
Langzaam kan daardoor de overtuiging veranderen van “mijn lichaam kan deze spanning niet aan “naar “ik vind deze spanning akelig, maar mijn lichaam kan ermee omgaan.”
De behoefte aan controle is vaak de onderliggende strijd. Hoe naar een lichamelijke sensatie ook is, je kan er aan gehecht raken want het hield je namelijk druk doende.
Herstel begint dus niet bij het volledig verdwijnen van de spanning.
Ook als het even (heel) spannend voelt.