
Deze zin hoor ik vaak van mensen die van mij huiswerk kregen: een oefening in een bepaald gebied, nadat we deze eerst samen hebben gedaan. En bijna altijd zit er teleurstelling in verstopt. Alsof spanning betekent dat het niet goed gaat. Alsof je pas geslaagd bent als je ontspannen achter het stuur zit.
Maar zo werkt verandering niet.
Spanning voelen in deze fase van groei is logisch. Sterker nog: het is menselijk. Ons brein is gemaakt om ons weg te houden van ongemak. We willen ons veilig voelen, en alles wat ooit als spannend of vervelend is opgeslagen, krijgt automatisch een waarschuwingslabel. Dus ja, als je weer gaat rijden terwijl je rijangst hebt, dan is het volkomen normaal dat je lichaam reageert.
Dat betekent niet dat je faalt.
Dat betekent dat je aan het oefenen bent.
Deze week merkte ik het ook weer eens bij mezelf. Ik kwam terug van een bezoek aan mijn dochter in Spanje. Ik ben daar inmiddels meerdere keren naartoe gevlogen. Toch vind ik vliegen spannend. Er is zelfs een periode geweest van twee à drie jaar waarin ik helemaal niet meer durfde te gaan. Ik wilde dat patroon doorbreken, omdat ik mijn wereld niet kleiner wil maken.
Dus ik ga.
En ja, ik vind het nog steeds behoorlijk spannend.
Voor vertrek moet ik mezelf toespreken. In het vliegtuig zit ik soms met zweethanden en een onrustig gevoel. Op zo’n moment denk ik ook: dit doe ik nooit meer. Mijn hoofd kan heel overtuigend zijn. Maar ik blijf mezelf vertellen dat het niet erg is dat ik nerveus ben. Zenuwen betekenen niet dat er gevaar is. Ze betekenen alleen dat mijn systeem alert is.
Dat verschil is belangrijk.
Een paar dagen later kijk ik er alweer anders naar. Dan weet ik ook dat ik een volgende keer weer ga. En ik besef ook dat als ik wekelijks zou vliegen, het steeds normaler zou worden. Niet omdat de spanning magisch verdwijnt, maar omdat mijn brein leert dat ik het aan kan.
Dat is precies wat er gebeurt wanneer jij blijft rijden terwijl je het spannend vindt.
Je zenuwstelsel leert door ervaring, niet door perfecte rust. Elke rit, zelfs met spanning, is een signaal aan jezelf: ik ga tóch. En dát is groei.
Wanneer ik dit over mezelf vertel aan cliënten, zie ik vaak opluchting. Het haalt de druk eraf. Je hoeft niet eerst angstvrij te zijn om iets te doen. Je mag het spannend vinden en toch doorgaan. Sterker nog, zo werkt verandering.
Mijn boodschap is daarom simpel:
Blijf gaan!
Accepteer dat het voorlopig nog spannend kan zijn. Dat betekent niet dat je terug bij af bent. Het betekent dat je midden in het proces zit.
Hoe vaker je het doet, hoe normaler het wordt.
Niet omdat je nooit meer spanning voelt, maar omdat spanning niet langer bepaalt wat je wel en niet doet.
En dat is echte vrijheid.