“Ach, ik heb geen haast.” Dat zei ze vaak. En het klonk oprecht. Ze vond het helemaal niet erg om achter vrachtverkeer te blijven hangen. Rustig, veilig, overzichtelijk, zo voelde het. Maar de waarheid was complexer.

Ze kwam bij mij toen haar man om gezondheidsredenen niet meer mocht rijden. Ineens lag het rijden weer op haar schouders. Meer ritjes, meer verantwoordelijkheid. En wat eerst voelde als een keuze, dat rustige tempo, die vrachtwagens als buffer, begon als een beperking te voelen.

Ze miste haar vrijheid. Niet het rijden op zich, zei ze, maar het gevoel van zelf kunnen gaan en staan waar je wilt. Dat ontspannen deelnemen aan het verkeer leek ineens ver weg. En daar zat ze dan, tegenover mij, met die ene vraag: “Wat doe ik nou eigenlijk verkeerd? Ik rij rustig, ik ben veilig, ik heb geen haast…”

En dat klopt. Ze reed rustig. Ze bleef veilig. Maar ze reed óók in vermijding.

Want achter die vrachtwagens zat iets verstopt. Letterlijk én figuurlijk. Een stukje onzekerheid. De spanning van inhalen, van snelheid inschatten, van mee moeten doen met de rest van het verkeer. Die vrachtwagens gaven haar een reden om dat allemaal niet te hoeven. En zolang ze zichzelf kon vertellen dat ze “geen haast” had, hoefde ze niet verder te kijken.

Maar vermijding gaat je meestal tegenwerken. Het voelt logisch en veilig, maar het houdt je klein. Het beperkt je bewegingsvrijheid, in je hoofd én op de weg.

We gingen samen aan de slag. Geen zware oefeningen, geen geforceerde sprongen, maar stapsgewijs weer voelen hoe het is om echt deel te nemen aan het verkeer. Inhalen als dat kon. Zelf keuzes maken. Ruimte durven nemen. En ja, soms ook fouten durven maken.

Na drie afspraken zag ik haar veranderen. Ze begon weer te glimlachen achter het stuur. Ze vertelde hoe fijn het was om niet meer afhankelijk te zijn van anderen. Hoe het voelde om ergens naartoe te rijden en te denken: “Kijk mij nou eens!”

Wat ze ontdekte, is wat veel mensen met rijangst ervaren: het is vaak niet de angst voor het verkeer zelf, maar voor het verliezen van controle. En om die controle terug te nemen, moet je jezelf recht aankijken. Ook als dat betekent dat je moet toegeven dat “geen haast” eigenlijk “ik durf niet” betekent.

Voor de mensen zonder rijangst: oordeel niet te snel. Wat voor jou vanzelfsprekend is, kan voor een ander een berg zijn. En voor wie zich herkent in dit verhaal: weet dat rijangst geen zwakte is. Het is een signaal. En je kunt er iets mee doen.

Zoals zij, die nu weer met vertrouwen de weg op gaat. Mét haast, als het nodig is. Maar vooral veilig en met vrijheid.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *