
Om als rijangstcoach te mogen werken, is het verplicht om in het bezit te zijn van een WRM-pas. Deze pas, vastgelegd in de Wet Rijonderricht Motorvoertuigen (WRM), geeft aan dat je bevoegd bent om rijonderricht te geven. Het bijbrengen, behouden of verbeteren van een bestuurder van een motorvoertuig valt hier onder.
In de loop der jaren is mijn werk zich steeds meer gaan richten op mensen met rijangst. Deze groep heeft hun rijbewijs al, maar kampt met angst- of paniekklachten waardoor autorijden wordt vermeden. De angst om opnieuw paniek te ervaren is vaak zó groot, dat de auto letterlijk wordt gemeden.
In mijn begeleiding ligt de nadruk dus niet zozeer op het aanleren van rijvaardigheden, maar op het herstellen van vertrouwen in de auto, maar vooral in zichzelf. Toch is mijn WRM-pas ook hierin essentieel. De wet ziet dit namelijk nog steeds als rijonderricht, omdat ik mensen begeleid in hun omgang met het verkeer en het voertuig. Tijdens mijn laatste bijscholing, die ging over de Wegenverkeerswet (WVW), werd dat nog maar eens benadrukt: ook therapeutisch coachen in de auto valt onder de regels van de WRM.
Om onze WRM-pas te behouden, moeten rijinstructeurs regelmatig bijscholingen volgen en eens in de vijf jaar ook een praktijkbeoordeling afleggen. Tijdens die beoordeling wordt een rijles geobserveerd en beoordeeld op kwaliteit. Daarbij moet je laten zien dat je over de juiste coachingsvaardigheden beschikt en dat je de leerling met gerichte oefenstappen naar zelfstandigheid kunt begeleiden.
De wereld van de WRM en het coachen van mensen met rijangst is voor mij soms balanceren tussen het volgen van heldere stappen (als je bekwaam bent hoef je geen spanning te ervaren) en de kennis en ervaring die ik inmiddels heb dat het beslist niet zo kort door de bocht kan worden gesteld. Als ik op psychosociaal gebied bijscholingen volg is de taal anders. Mijn uitdaging zit altijd in het samenbrengen van de twee werelden. Waar de ene groep het mogelijk zweverig vindt, kan de ander het nogal star vinden. Beiden geven mij veel om persoonlijk te blijven groeien. Zoals zo vaak is het antwoord vaak in het midden te vinden. Het verbeteren van vaardigheden draagt natuurlijk ook bij aan het zelfvertrouwen.
Maar rijangst zit vaak niet in onbekwaam zijn. De bekwaamheid is er dan wel maar die is tijdelijk overspoeld door emoties. En door die overstroming heen kijken lukt niet met een eenzijdige kijk. Het voelt voor mij als een verrijking om uit twee werelden te kunnen werken.
De combinatie van kennis over angst en mijn vaardigheden uit de WRM maakt mijn werk compleet. En ook bij rijangst geldt dat groei ontstaat middels kleine haalbare oefenstappen. Waarbij de veiligheid gewaarborgd is. En dat principe vormt de brug tussen de wereld van instructie en de wereld van therapie.