
Verkeer is eigenlijk één groot gesprek. Alleen gebruiken we geen woorden, maar signalen. Een richtingaanwijzer, snelheid, kijkgedrag, afstand houden, allemaal manieren waarop we elkaar vertellen wat we van plan zijn. En juist dat communiceren op de weg is ontzettend belangrijk, en al helemaal voor mensen die spanning of angst ervaren in de auto.
Een van de grootste ergernissen die ik vaak hoor tijdens de rijbegeleiding, is het niet gebruiken van een richtingaanwijzer. Zeker op de snelweg kan dat veel onrust geven. Als iemand onverwacht van rijstrook wisselt zonder iets aan te geven, voelt dat onvoorspelbaar. Voor mensen die al gespannen zijn in het verkeer, kan zo’n moment direct extra stress opleveren.
Toch probeer ik daar altijd met nuance naar te kijken. Het is verleidelijk om boos te worden en te denken dat ‘iedereen tegenwoordig asociaal rijdt’ maar zo zwart-wit is het meestal niet. We maken allemaal fouten. Soms zijn we afgeleid, soms slordig, soms vergeten we simpelweg iets. Meestal gebeurt dat niet bewust of uit onwil.
Dat neemt natuurlijk niet weg dat communiceren in het verkeer belangrijk is. Een richtingaanwijzer is eigenlijk een manier om met elkaar te praten. Je vertelt daarmee wat je van plan bent. Zeker op de snelweg is dat essentieel. Daar ontstaan dan ook vaak de meeste spanningen en onzekerheden. Je moet jezelf zichtbaar en duidelijk maken.
Dat betekent niet dat je ruimte moet afdwingen. Maar als je bijvoorbeeld op een gecombineerde in- en uitvoegstrook rijdt, dan móét je communiceren. Andere weggebruikers kunnen niet raden wat jouw bedoeling is. Door op tijd richting aan te geven, creëer je duidelijkheid. En duidelijkheid geeft rust. En niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen.
Communicatie bestaat trouwens uit meer dan alleen een knipperlicht. Je snelheid zegt iets. Je positie op de weg zegt iets. En ook je kijkgedrag laat wat zien. Kijk je zichtbaar in je spiegels? Zoek je ruimte? Anticipeer je op anderen? Dat zijn allemaal signalen die andere bestuurders, vaak zelfs onbewust, oppikken.
Onlangs was ik weer in Spanje en daar valt me altijd weer op dat het anders gaat. Op de snelweg zag ik ook nu weer bestuurders die hun richtingaanwijzer al aanzetten terwijl ik nog bezig was met inhalen. In Nederland leren we beginnende bestuurders dat juist anders aan. Hier wachten we tot er daadwerkelijk ruimte is en de manoeuvre direct uitgevoerd kan worden.
Het is altijd weer even wennen op de weg in Spanje. Maar uiteindelijk merkte ik dat het ook daar werkte, omdat iedereen dezelfde ‘taal’ spreekt en begrijpt. En dat is misschien wel de kern van goed verkeersgedrag: niet dat overal exact dezelfde regels of gewoontes gelden, maar dat we elkaar proberen te begrijpen. Verkeer draait uiteindelijk niet om winnen, haasten of gelijk hebben. Het draait om samenwerken. En samenwerken begint met communiceren. Soms met een richtingaanwijzer. Soms met rustig gedrag. Soms gewoon met een beetje begrip voor elkaar.
Want hoe beter we de taal van de weg spreken, hoe veiliger én rustiger het verkeer wordt voor iedereen.