
Ik heb vaak mooie gesprekken met mensen in de auto. Ook onlangs weer. Een man van begin vijftig. Groot, slim, succesvol. Maar al jarenlang in gevecht met zijn rijangst.
Tijdens onze rit vroeg hij mij:
“Hoe heb jij angst eigenlijk onder controle gekregen?”
Een eerlijke vraag en hij kwam niet uit de lucht vallen want hij had mijn boek gelezen.
Maar dan moet ik ook eerlijk antwoorden. Angst verdwijnt niet altijd volledig. Ook bij mij niet. Het verschil is alleen dat het mij niet meer hindert in mijn dagelijkse doen. Dat is iets anders.
In mijn boek ‘Weg met weerstand / Rijangst onder controle’ deel ik dus ook een persoonlijk stuk. Een periode waarin ik regelmatig paniekaanvallen had. Als ik daar nu op terugkijk, had ik in die tijd net zo goed ook rijangst kunnen ontwikkelen. Maar ik werd toen rijinstructeur.
Deze opmerking van mij zorgt bij veel mensen met rijangst voor een vragende blik. “Hoe dan?” En natuurlijk snap ik die reactie goed.
Ik schrijf en vertel vaak hoe je met rijangst om kunt gaan. Over oefeningen, inzicht, controle terugpakken en stap voor stap weer vertrouwen opbouwen.
Maar dit keer wil ik het hebben over de mens achter de rijangst. Want ik zie een patroon.
De mensen die bij mij in de auto stappen zijn opvallend vaak ambitieuze mensen. Mensen met verantwoordelijkheidsgevoel. Mensen die gewend zijn om door te zetten. Veerkrachtige mensen. Mensen die zich makkelijk aanpassen. Die meebewegen. Die hun grenzen willen verleggen om verder te komen. Prachtige eigenschappen. Eigenschappen die je ver brengen in het leven.
Maar er zit ook een keerzijde aan. Want mensen die veel kunnen dragen, dragen vaak ook te lang. Ze vinden veel goed. Zijn ruimdenkend. Strijken makkelijk over hun hart. Zetten nog even door. Houden rekening met iedereen.
Totdat ze ongemerkt steeds verder van zichzelf af komen te staan.
En wat gebeurt er dan? Dan ontstaat er langzaam een gevoel van minder controle.
Niet omdat je zwak bent. Niet omdat je het niet kunt. Maar omdat je te lang vooral vanuit je hoofd hebt geleefd.
‘Een hoofd met pootjes’ en ja deze opmerking heb ik ook met betrekking op mezelf voorbij horen komen.
Je weet rationeel precies hoe het werkt. Je snapt je valkuilen. Je begrijpt verkeer. Je kent de regels. Je hebt vaak al duizenden keren gereden. Maar je gevoel krijgt geen toegang meer tot die kennis.
En dan komt er een moment in de auto waarop je schrikt. Een moment waarop je controle verlies ervaart. Dat moment raakt vaak veel dieper dan alleen autorijden.
Rijangst gaat zelden alleen over de auto. Het gaat over spanning. Over controle. Over jezelf onderweg een beetje kwijtgeraakt zijn.
En daarom begint herstel niet alleen bij ‘meer rijden’. Het begint bij opnieuw leren voelen. Bij weer zakken in je lijf. Bij jezelf serieus nemen. Bij accepteren dat angst soms onderdeel is van het leven maar zonder dat het jouw leven hoeft te bepalen.
Ook voor mij is dat herkenbaar. En misschien is dat juist waarom ik dit werk zo graag doe. Niet omdat ik boven angst sta. Maar omdat ik weet hoe het voelt.
En hoe waardevol het is wanneer je jouw eigen ervaring niet langer ziet als zwakte, maar als kracht. Juist daardoor kan ik echt naast iemand zitten. Niet alleen als rijangstcoach. Maar ook als mens. En misschien is dat uiteindelijk wel waar vertrouwen terugkomt:
Niet door angst weg te duwen. Maar door jezelf weer terug te vinden.