
Bermvrees. Het klinkt bijna onschuldig, maar voor wie het ervaart, kan het rijden een ware beproeving worden. Mensen met bermvrees proberen koste wat kost afstand te houden van de rechterzijde van de weg: de berm, stoep, vangrail, geluidswal of geparkeerde auto’s. Vaak schuiven ze daardoor onbewust te veel naar links, met spanning en onzekerheid als gevolg.
Een verklaring is dat bestuurders niet goed inschatten hoe breed hun auto is. Toch merk ik in mijn werk als rijangstcoach dat de oorzaak niet altijd ligt in een gebrek aan ervaring. Soms is er meer aan de hand. Een verstoorde beleving van ruimte, spanning in het lijf, of een onderliggend gevoel van verlies aan controle.
Deze week had ik een oudere dame in de auto die al meer dan 25 jaar niet zelf had gereden. In die tijd was ze altijd passagier geweest, en vanaf die stoel kijk je anders naar de weg. De afstand tot de berm lijkt vanuit de bijrijderspositie kleiner, het beeld van snelheid en ruimte vervormt. Toen zij weer achter het stuur zat, had ze het gevoel dat ze midden op de weg reed. Ze stuurde voorzichtig omdat haar gevoel van inschatting niet meer klopte. Jarenlang alleen maar als passagier in de auto, had haar rijbeleving veranderd. In dit geval is er duidelijk een routine gebrek.
Toch zie ik bermvrees net zo goed bij mensen die dagelijks auto rijden. Laatst begeleidde ik een man met duizenden kilometers ervaring die bij een geluidswal, langs de snelweg gelegen, steeds verder naar links uitweek. Hij beschreef het gevoel alsof hij ‘’naar de muur toe werd gezogen’’. De angst om te dicht bij die wand te komen nam het rationele stuurwerk over. Teruggaan naar de rechterrijstrook, precies naast de muur, voelde haast onmogelijk. Zijn lichaam verkrampt, de spanning lijkt het stuur over te nemen. Samen hebben we daar stap voor stap aan gewerkt. Door opnieuw te leren kijken, te voelen waar de auto echt is, en te ervaren dat er ruimte genoeg is, ontstaat ontspanning. Vaak werk ik daarbij met rustige herhaling, adembeweging en bewustwording van het lichaam. Pas als het lijf weer meewerkt, kan het hoofd geloven dat er niets misgaat.
Gaandeweg herstelde het vertrouwen, en verdween de weerstand bij die beruchte rijstrookwisseling.
Wat opvalt bij bermvrees is dat het niet alleen om rijtechniek gaat, maar om beleving. Angst vernauwt je blik. Je ogen fixeren zich op wat je juist wilt vermijden: de muur, de bomen, de vangrail. En waar je naar kijkt, daar ga je naartoe. Het herstel begint dus niet bij het forceren van ‘gewoon durven,’ maar bij het heropvoeden van je aandacht.
Bermvrees is dus geen bewijs dat iemand niet kan rijden. Het is een signaal dat spanning en waarneming even uit balans zijn geraakt. Gelukkig is dat omkeerbaar. Met aandacht, geduld en begeleiding kun je leren de weg en de berm, weer met vertrouwen tegemoet te rijden.