
Een aanrijding meemaken is vaak meer dan alleen een fysieke gebeurtenis. Zelfs wanneer je er lichamelijk goed vanaf komt, kan de mentale impact groot zijn. Het haalt je uit je balans, je voelt je kwetsbaar en het vertrouwen in jezelf én in andere weggebruikers kan ineens verdwenen zijn. Voor sommige mensen is de stap om weer in te stappen enorm hoog. En hoe langer je wacht, hoe groter die drempel kan worden.
Een cliënte van mij zat precies in die situatie. Ze had een ongeluk meegemaakt, juridisch gezien niet haar fout, maar de schrik zat er diep in. Bovendien was ze boos. Heel boos. ‘Mensen doen maar wat,’ zei ze. ‘Iedereen zit op z’n telefoon. Vrachtwagenchauffeurs, bestuurders van dikke auto’s… allemaal asociaal.’
Het bijzondere was dat ze niet alleen boos was op de bestuurder die haar ongeluk veroorzaakte, maar eigenlijk op iedereen in het verkeer. Ze had de wereld achter het stuur verdeeld in hokjes vol aannames en wantrouwen. Voor haar gevoel reed ze in een jungle vol gevaren.
We gingen samen de weg op. Terwijl zij reed, luisterde ik naar haar voortdurende commentaar. Ze sprak hardop haar verontwaardiging uit bij elke situatie, terwijl ik diezelfde momenten heel anders ervoer. Als rijangstcoach voel ik me ook op de bijrijdersstoel volledig bestuurder, ik ben als rijinstructeur opgeleid. Het is een 2e natuur geworden om vanaf die plek je hetzelfde te voelen als een bestuurder. Met daarbij ook een constant zicht op degene naast je. Wat je verwacht wat hij zij gaat doen. Dat geeft mij de mogelijkheid haar observaties naast mijn eigen waarneming te leggen.
Om haar uit die stroom van aannames te halen, zette ik een oefening in die ik vaak gebruik: hardop denken, maar alleen benoemen wat je ziet, niet wat je denkt. Denken is goed maar dan moet het een voorspellende gedachte zijn.
Dus niet: ‘Hier reed laatst een vrachtauto die mij niet zag’Maar wel: ‘Ik zie een vrachtwagen op de invoegstrook’
Dat klinkt simpel, maar het was voor haar een enorme uitdaging. Meerdere keren moest ik ingrijpen met: ‘Nee, wat je ziet, niet wat je denkt.’ Mijn correcties waren bewust een beetje gespeeld streng, zodat het ook luchtig bleef. Op een bepaald moment moest ze lachen om zichzelf. ‘Jeetje, zo was ik nooit’ zei ze verbaasd. Daar lag het omslagpunt: de confrontatie met hoe zij veranderd was door de aanrijding werd haar ineens duidelijk.
Boosheid is begrijpelijk na een ongeluk. Je vertrouwen is geschonden en je voelt je machteloos. Maar vasthouden aan die boosheid zorgt er niet voor dat je veiliger rijdt, het maakt je blik juist smaller. Je bent voortdurend op zoek naar fouten van anderen, waardoor je minder ruimte hebt om het verkeer objectief te zien.
Ik zeg vaak dat de meeste mensen vol goed bedoelingen zitten. Soms voeren ze iets onhandig uit, maar dat betekent niet dat ze jou willen benadelen. En juist als je goed kijkt, zie je aankomen wat iemand van plan is. Dat is de kern van veilig rijden, waarnemen en voorspellen, en niet invullen en oordelen.
Als je merkt dat je boos of wantrouwig achter het stuur zit, probeer eens te benoemen wat je ziet, geen aannames maar voorspellingen. Je zal rust en overzicht gaan ervaren.
Het verkeer wordt er niet per se minder druk of chaotisch van, maar jouw beleving verandert wel. En juist dát verschil maakt de weg vrij om weer met vertrouwen te rijden.
Rijangst… ja. Ik, heel eigenwijs. Makkelijk, nee. Veiligheid en vertrouwen, langzaam opbouwend. Tijdens de coaching kwam veel boven drijven, wat ik niet bewust wist. Confronteren en toch adviseren. Ik was er blij mee en nog. Samen kom je verder. Nicole blijft beheerst.
Je kunt geholpen worden, toon moed. Durf je taboe te doorbreken. Het is een kracht geen zwakte. Gun jezelf dit cadeau..