
Soms zijn het niet de grote dingen die de angst bij autorijden oproepen, maar juist de kleine, alledaagse omstandigheden. Regen bijvoorbeeld. Voor veel mensen hoort het er gewoon bij: je zet de ruitenwissers aan, je past je snelheid aan, en je rijdt door. Maar voor mensen met rijangst kan regen een trigger zijn.
Een cliënte van mij merkte dat de regen haar extra spanning gaf. Terwijl we samen onderweg waren, zei ze: ‘Ik ben zo bezig met de druppels, het lijkt alsof ik er doorheen moet kijken. Ik zie niet meer goed wat er voor me gebeurt. Het voelt alsof ik de controle verlies.’
En ja natuurlijk heeft ze gelijk als je het over het zicht hebt, dat wordt bij harde regen minder. Dat is normaal. Maar waar de meeste mensen automatisch hun snelheid wat aanpassen en zich daarbij veilig blijven voelen, ervaart zij een golf van paniek. Haar hoofd vulde de verminderde zichtbaarheid aan met de gedachte dat ze fouten zou maken, iets waar ze toch al bang voor was. De regen leek haar angst te versterken.
Ik vroeg haar: ‘Kun je regen ook wel eens gezellig vinden?’
Ze keek me verbaasd aan. ‘Ja, dat wel. Maar dan zit ik gezellig in een tent of onder een overkapping, dan vind ik dat getik van de regen juist prettig.’
Dat de situatie die ze schets niet lijkt op spanning in de auto hoefde ik niet te vragen. Toch wilde ik een concreet verschil aanhalen. In een situatie waar ze het getik wel gezellig vindt is ze meer aan het luisteren dan aan het kijken. Het geluid van de regen brengt rust, terwijl de aanblik van regen in de auto juist onrust geeft.
Dat gegeven gaf ons een ingang. Want wat gebeurt er wanneer je in de auto niet alleen je aandacht op het zicht legt, dat door de regen verstoord wordt, maar ook je gehoor erbij betrekt? De ruitenwissers doen immers hun werk: ze houden de ramen voldoende schoon zodat er nog steeds zicht is. Tussen de druppels door ís er ruimte, ook al lijkt het even niet zo. Door de focus te verschuiven van “krampachtig kijken” naar “ontspannen luisteren”, ontstond bij haar meer rust.
Dit voorbeeld laat zien hoe sterk onze zintuigen zijn en hoe ze elkaar beïnvloeden. Wanneer we ons blindstaren op één zintuig in dit geval het zien, kan dat de angst vergroten. Het is alsof je inzoomt op het probleem en daardoor de rest vergeet. Maar door een ander zintuig bewust te activeren, zoals luisteren, komt er ruimte en ontspanning.
We hoeven niet te doen alsof regen soms geen uitdaging is. Voor iedereen geldt dat het zicht minder wordt en dat we ons rijgedrag daarop moeten aanpassen. Maar hoe we die regen ervaren, dáár zit verschil in. Als je erin slaagt om je beleving te verschuiven, wordt de regen minder een bedreiging en kan het zelfs een rustgevende factor zijn.
De volgende keer dat je in de regen rijdt en merkt dat je gespannen raakt, realiseer je dan ten eerste dat ruitenwissers hun werk doen. Besef dat je niet de enige bent die hinder ervaart en pas je snelheid aan. Zorg dat je voorspelbaar blijft. En weet dat iedereen veilig van A naar B wil. Dus breng je aandacht eens naar een ander zintuig, je gehoor. Luister naar het ritme van de regen of je ademhaling.
Vaak merk je dat die kleine verschuiving al een groot verschil maakt in hoe je je voelt. Je blik wordt ruimer, je lichaam ontspant, en de angst krijgt minder grip.
Soms kan één zintuig het verschil maken.